Feest van de H. Familie – zondag onder het octaaf van kerstmis

Beste gelovigen, de lezingen op het feest van de heilige Familie zijn wat verwarrend. De tweede lezing zegt namelijk: Hij die de beloften had ontvangen, stond op het punt zijn enige zoon te offeren. “Zijn enige zoon”? Dat is niet waar, want voordat Sara zwanger werd van Isaak, had Abram reeds een zoon Ismaël, van de slavin Hagar. En ook deze Ismaël viel onder de belofte van God: Ik zal uw nakomelingen maken als het zand op de aarde. (Gn 13,16) De nakomelingen van Ismaël zijn de huidige bewoners van de gebieden uit het Midden-Oosten. De Islamieten houden vast aan het idee dat zij de nakomelingen zijn van Ismaël. Wanneer we lezen “zijn enige zoon”, dan refereert de tekst aan Isaak, geboren uit Sara. (vgl. Gn 21,2-3) Hij was dus eigenlijk Abrahams tweede zoon.

Dat Isaak tóch de “enige zoon” wordt genoemd heeft te maken met het feit dat het woord “familie” een andere betekenis gekregen heeft. Het gaat niet meer om de biologische familieverbanden, maar om de band van het geloof, om de band van het verbond met God. In de brief aan de Galaten legt Paulus dit goed uit: Er staat immers geschreven dat Abraham twee zonen kreeg, een van de slavin en een van de vrije vrouw. (Gal 4,22) De kinderen van de vrije vrouw zijn de kinderen van de belofte, niet geboren uit het vlees maar uit de Geest. Jezus zegt in het evangelie van Johannes: “Voorwaar, voorwaar, Ik zeg U; als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan.” (Joh 3,5) Ismaël is de zoon die verwekt werd op initiatief van Sarai, Isaak is de zoon die verwekt werd door ingrijpen van God!

Jezus neemt deze nieuwe betekenis van het woord “familie” over. In het Matteüsevangelie lezen we: “Wie vader of moeder meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig; wie zoon of dochter meer bemint dan Mij, is Mij niet waardig.  En wie zijn kruis niet opneemt en Mij volgt, is Mij niet waardig.” (Mt 10,37-38) En een paar hoofdstukken verder: “Ziedaar mijn moeder en mijn broeders; want mijn broeder, mijn zuster en mijn moeder zijn zij die de wil volbrengen van mijn Vader in de hemel.” (Mt 12,49-50) Jezus benadrukt dat ook wij ons kruis moeten opnemen en de wil van God moeten volgen!

Wanneer we het over de heilige Familie hebben, dan gaat het dus niet alleen om het gezinnetje in de stal: Maria, Jozef en Jezus. Dat gezinnetje was slechts het begin. Net als Isaak is Jezus geboren door ingrijpen van God, niet door vleselijke verlangens. De heilige Familie is inmiddels veel groter geworden. Ook u en ik zijn deel geworden van deze heilige Familie! God heeft ook bij ons het initiatief genomen door het verlangen te leggen in de harten van onze ouders om ons te laten dopen. God heeft over ons gewaakt en ons geloof in Hem laten groeien. En Hij heeft in ons de dankbaarheid opgewekt, die wij kunnen uiten op dezelfde wijze als Abram: Toen sloeg Abram zijn tent op en ging wonen bij de eik van More te Hebron; daar richtte hij een altaar op ter ere van Jahwe. (Gn 13,18) Laten wij ons verenigen met het offer van Christus en ons gelukkig prijzen deel te mogen uitmaken van de heilige Familie! Amen.